De cultuurverschillen tussen Japanners en Europeanen zijn zo groot, dat je er een heel boek aan zou kunnen wijden. Hieronder zijn er een paar uitgepikt die van direct en dagelijks belang zijn bij de omgang met de plaatselijke bevolking.
Gedragsregels:
De meeste Japanners leven volgens relatief strakke normen en waarden. Het dagelijks leven is doorspekt van gedragregels, die voor ons als westerling moeilijk te doorgronden zijn. Er wordt niet meteen, van ons als toerist (gaijin), verwacht dat wij ons aan die regels houden. Uiteraard levert het respect op als je je aan de gedragregels houdt, waarvan je op de hoogte bent. Neem eens een kijkje op de volgende site: http://uchiyama.nl. Hier vind je tal van interessante wetenswaardigheden.
Regels waarvan je wel op de hoogte moet zijn, zijn er natuurlijk ook. Zo mag je nooit met je schoenen tatami-matten betreden. Trek ze dus altijd uit als je een kamer binnenkomt. Ditzelfde geldt voor de planken vloeren van tempels. De Japanse bevolking let hier zelf streng op (en ook op jou als je als voor Japanners zeer herkenbare buitenlander nadert), en zal je erop attenderen als je dit vergeet.
Begroetingen gaan gepaard met buigingen, niet met handen geven (en zeker niet met zoenen in het openbaar). Mensen die lager in rang staan maken een diepere buiging naar hoger geplaatsten. Voor buitenlandse toeristen is een lichte buiging voldoende.
Kunstvormen:
* Theater en muziek: Er zijn drie traditionele vormen van Japans theater. De oudste daarvan wordt Noh genoemd, een vorm die zich ontwikkelde in de 14e eeuw. Bij Noh is de aankleding van het toneel eenvoudig en de acteurs dragen maskers en klassieke kostuums. Zij zingen hun tekst terwijl ze langzame bewegingen op het podium maken. Kabuki ontwikkelde zich in de 17e eeuw. Het is vol dramatische scènes en vol actie. De kostuums zijn kleurrijk en tot in de puntjes verzorgd. Zwaardgevechten, dansen, spectaculaire wisselingen van kostuums en bijzondere effecten zoals sneeuwstormen en donder zijn erg populair. Bunraku is een soort poppentheater dat voor het eerst werd opgevoerd in de 16e eeuw. De poppen zijn ongeveer half zo groot als een normaal mens en erg goed gelijkend. Iedere pop wordt bediend door drie personen die op toneel zichtbaar zijn. Er zijn wel grote overeenkomsten tussen deze typen van theater; zowel bij Noh als Kabuki worden alle rollen door mannen of jongens gespeeld en bij alle drie is muzikale begeleiding belangrijk. Modern theater is natuurlijk ook populair in Japan en ook verschillende vormen van Westerse muziek, van klassiek tot jazz, blues, rap en rockmuziek. Maar ook de klassieke Japanse volksmuziek is nog steeds populair, vooral de Japanse trommels (Wadaiko), die vaak enorm groot en dreunend zijn, trekken bij festiviteiten veel publiek.
* Beeldende kunsten: Een van de bekendste Japanse kunsten is de Ukiyo-e, dat in de 17e eeuw werd ontwikkeld. Bij Ukiyo-e maakt men met behulp van een houtsnedeblok afdrukken van mensen en landschappen, het dagelijkse leven en de theaterwereld. Het is nog steeds erg populair; schoolkinderen leren de techniek om eenvoudige afdrukken te maken en veel mensen gebruiken deze techniek om hun eigen Nieuwjaarskaarten te vervaardigen. Een hele oude Japanse kunstvorm is de Manga, oorspronkelijk begonnen als komische spotprenten. De oudste komische tekeningen dateren uit de 7e en 8e eeuw. Later maakte Manga gebruik van dieren en eigenaardige menselijke figuren om de draak te steken met hebzuchtige edelen en monniken. Ukiyo-e kunstenaars zoals Hokusai, maakten ook Manga. Tegenwoordig zijn de Manga stripverhalen populairder dan ooit en de betere Manga worden ook vertaald in andere talen.
* Kunstnijverheid en ambachten: Japan kent vele traditionele ambachten die als ware kunsten beschouwd moeten worden, zoals aardewerk, textiel en lakwerk. Ook Japans papier (washi) wordt nog steeds met de hand gemaakt. Verder wordt ook bamboe op veel manieren gebruikt: van gewone huishoudelijke goederen zoals rijstlepels tot op ingewikkelde manier in elkaar gevlochten vazen en zelfs muziekinstrumenten. De technieken hiervoor zijn uiterst verfijnd. Houtsnijwerk is ook een belangrijke traditionele kunst in Japan. In tempels vind je vaak mooie houten versieringen en uit hout gesneden boeddhabeelden. Ook in veel huishoudens vind je deze houtsnijwerken terug, in de vorm van dienbladen en versiersels.
Japanse huizen:
In Japan vind je verschillende huizen en flats; oud en nieuw. Vooral op het platteland woont men soms nog in traditionele huizen, van hout en klei en met daken bedekt met dakpannen. Vroeger waren deze huizen vaak bedekt met stro, maar nu zijn er bijna geen huizen met een strodak meer te vinden. De meeste huizen nu zijn gebouwd van beton, hout en aluminium. Omdat er weinig plek is zijn de huizen vooral in de grote steden vaak duur en nogal klein. In de stad wonen dan ook veel mensen in grote flatgebouwen. De zomer in Japan is heet en vochtig, en daarom zijn de huizen zo gebouwd dat er lekker een briesje door heen kan waaien. De meeste moderne Japanse huizen hebben zowel kamers in Japanse als in Westerse stijl. De Japanse kamers hebben schuifdeuren, gemaakt van hout en papier, die ook geheel verwijderd kunnen worden om van twee kleine kamers een grotere te maken. De ingang (genkan), de gang en de keuken hebben houten vloeren, in de andere kamers is de vloer bedekt met stromatten (tatami). Als je een huis in Japan binnengaat doe je je schoenen uit en trek je pantoffels aan, en als je dan een kamer binnengaat met tatami-matten, doe je je pantoffels ook uit en laat ze in de gang achter. 's Avonds worden de futon, met donzen gevulde dekbedden, uitgelegd om op te slapen, en 's morgens worden die dan weer opgevouwen en opgeborgen in speciaal daarvoor bestemde kasten. Alle huizen hebben natuurlijk elektriciteit en stromend water, maar centrale verwarming vind je eigenlijk alleen in Hokkaido, waar de winters erg koud zijn. In de rest van Japan wordt eigenlijk een kamer alleen verwarmd als die gebruikt wordt. Elk Japans huis heeft wel een badkamer (o-furo). Het bad is vierkant en diep. Voor je in bad gaat was je je met zeep, naast het bad. Na de zeep te hebben afgespoeld ga je in het bad. Het gehele gezin maakt zo gebruik van hetzelfde bad en jonge kinderen baden vaak samen met hun ouders. Baden is voor de Japanners een ontspannend, plezierig deel van de dag.
Feesten en tradities:
Het belangrijkste feest in Japan is het Nieuwjaar (o-Shogatsu). Alle winkels en bedrijven zijn tussen de eerste en derde januari gesloten. Met Nieuwjaar komt men met de familie bij elkaar en veel gezinnen bezoeken dan ook hun ouderlijk huis. Om middernacht op 31 december worden speciale noedels gegeten (die een lang leven beloven) en dan gaat men naar de plaatselijke tempel of schrijn om te bidden voor voorspoed in het nieuwe jaar. Op 1 januari wordt een speciaal ontbijt opgediend, kinderen krijgen geld van hun ouders en familie en iedereen kijkt verlangend uit naar de nieuwjaarskaarten die allemaal direct op Nieuwjaarsmorgen bezorgd worden.
Een heel andere belangrijke feestdag is O-bon, dat rond 15 augustus wordt gevierd. Dan komen, volgens de traditie, de geesten van dierbare overledenen naar huis. Huizen en grafstenen worden schoongemaakt en speciaal voedsel wordt achtergelaten als offer aan de geesten. Verder worden overal in de omgeving en rond het huis lampionnen opgehangen om de geesten naar het huis toe te leiden. Verder worden er grote feesten gegeven met speciale dansen en vuurwerk.
Er is een aantal feesten speciaal voor kinderen. Op 3 maart is het poppenfeest (Hinamatsuri). Dan worden in het huis prachtige poppen uitgestald die het keizerlijk hof van vroeger voorstellen. 5 Mei is de dag van de kinderen en is voornamelijk een feestdag voor jongens. Bij alle huizen met jongens in de familie worden wimpels in de vorm van karpers opgehangen (Koinobori). De karper is het symbool van kracht. Voor iedere man of jongen in de familie hangt een wimpel.
Op 7 juli wordt het Tanabata-festival (Sterrenfeest) gevierd, naar een oude legende over twee geliefden, gesymboliseerd door twee sterren, die gescheiden door de melkweg, elkaar ieder jaar op deze avond mogen ontmoeten.
Op 15 november is er een feest waarop meisjes van 3 of 7 jaar en jongens van 5 jaar worden meegenomen naar een tempel om te bidden voor een goede gezondheid.
Het hele jaar door worden er ook talloze plaatselijke feesten, of Matsuri, gevierd. De grotere hiervan trekken wel duizenden toeschouwers.
Typisch Japans:
* Origami: Origami is het vouwen van een vierkant stuk gekleurd papier in verschillende vormen. Van een stuk papier kun je zo vogels, honden, en zelfs gorilla's maken. Als iemand erg ziek is vouwen familie en vrienden 1000 papieren kraanvogels als gebed voor beterschap.
* De theeceremonie: Bij de theeceremonie (Chanoyu), die dateert uit de 15e eeuw, bereidt de gastheer/vrouw op rituele wijze thee en voedsel en serveert dat. Men moet zich dan aan uiterst verfijnde regels houden die bedoeld zijn om de ceremonie eenvoudig en aantrekkelijk te houden, zonder onnodige beweging of gebaar. De gastheer brengt de tuin op orde en kiest de juiste versieringen voor de theekamer en het juiste gerei, in overeenstemming met het seizoen. De gasten bewonderen dit alles en maken op- of aanmerkingen. Theeceremonie is dus niet alleen op correcte en elegante wijze thee serveren, maar betekent ook leren over architectuur, tuinen, aardewerk, kalligrafie, geschiedenis en godsdienst, wat dus heel wat jaren kan kosten.
* Bloemschikken: Het Japanse bloemschikken (Ikebana) dateert eveneens van rond de 15e eeuw. Bloemen worden volgens strenge regels geschikt om hemel, aarde en mensheid voor te stellen. Er zijn veel verschillende Ikebana stijlen, van erg eenvoudig tot erg overdreven, maar ze geven allemaal een speciale betekenis aan de manier waarop de bloemen zijn geschikt.
* Traditionele kleding: In het leven van alledag draagt men in Japan dezelfde soort kleding als de mensen in de meeste landen, maar op bijzondere dagen geven veel mensen ook nu nog de voorkeur aan de traditionele Kimono. Die wordt om het lichaam gewikkeld en vastgebonden met een obi. De kimono's van jonge meisjes zijn vrolijk gekleurd, die van oudere vrouwen wat ingetogener en die van mannen helemaal donker gekleurd. Met Nieuwjaar en ten tijde van de diploma-uitreiking kun je veel vrouwen, jong en oud, in kimono zien. Bij bruiloften en andere formele gelegenheden dragen mannen zwarte kimono’s met het familiewapen. Een goede zijden kimono is erg duur en wordt met grote zorg behandeld en dan doorgegeven van vader op zoon en van moeder op dochter. Verder is het erg moeilijk een kimono om te doen en de obi op de juiste wijze vast te maken; veel vrouwen nemen hier dan ook les voor. Er is ook nog een soort kimono die yukata wordt genoemd; een eenvoudig licht katoenen kledingstuk dat in de zomer wordt gedragen of in huis na het baden. Bij een kimono worden geen schoenen en sokken gedragen, maar hoge houten klompen (geta), of lage sandalen van katoen of leer (zori). Die worden gedragen met katoenen sokken (tabi) die een gleuf hebben tussen de grote en de tweede teen, waar het riempje van de sandaal tussen moet.
* Onsen: In Japan kent men vele plaatsen met heetwaterbronnen, waar omheen een bad is gebouwd. Deze worden 'onsen' genoemd. De onsen zijn ontstaan doordat Japan een vulkanisch actief eiland is en het water verwarmd wordt door deze vulkanische activiteiten. In het hete water, dat warmer dan 25 °C dient te zijn om onsen te heten, zijn allerlei mineralen opgelost die een geneeskrachtige werking hebben. Naast de geneeskrachtige werking wordt het baden in een onsen voornamelijk gezien als een ontspannende activiteit. Het baden in onsen gaat in Japan zo'n 1000 jaar terug, toen men het in de Heianperiode ontdekte. Volgens de verhalen merkte men de geneeskrachtige werking bij de gewonde soldaten uit de veldslagen die baat hadden bij behandeling in de onsen. Vroeger baadde men in Japan gemengd, mannen en vrouwen bij elkaar, maar onze puriteinse Amerikaanse vrienden spraken hier schande van (ten tijde van de opening van Japan, halverwege de 19e eeuw) en sindsdien gaat het baden meestal gescheiden. Om de onsen werden in de loop van de tijd ryokans en hotels gebouwd zodat de bezoeker zich al badende kan omringen met allerlei comfort. Hoewel de onsen veelal buiten zijn, leiden veel hotels en ryokans het hete water via leidingen naar inpandige baden waardoor men ook binnenshuis kan genieten van de onsen. Er gelden (uiteraard) regels in de onsen. Zo dient men zich volledig te ontkleden en is badkleding niet toegestaan. Het enige dat je mee mag nemen is een klein handdoekje. Eenmaal in de badruimte (binnen of buiten) dien je je eerst te reinigen met heet water. Dit hete water kan uit een aparte kraan komen en je moet je met zeep reinigen en dan goed afspoelen met het hete water uit een emmertje. In sommige onsen kan het hete water uit de bron zelf gebruikt maar dit mag niet vermengd worden met het water in de onsen zelf. Pas als je goed schoon bent en er absoluut geen zeepresten meer aanwezig zijn, kun je je langzaam, vooral langzaam, in het hete water laten zakken. Het meegenomen handdoekje dient om het gezicht af en toe af te vegen maar het mag niet in het water komen. Voorkom dit, want het kan voor hilariteit zorgen. Vaak ziet men baders met het opgevouwen doekje op het hoofd maar men kan het ook naast het bad neerleggen.
Toiletten:
In Japan komt het oosters hurktoilet eigenlijk nog veel voor, hoewel er bij de meeste openbare toiletten een keuzemogelijkheid is, een oosters of een westers toilet. In moderne westerse hotels zijn de westerse toiletten standaard maar soms zijn er in traditionele ryokans alleen maar hurktoiletten. Voor het betreden van deze toiletten staan er speciale slippers klaar.
Algemeen:
Besef voortdurend dat je als gast in een land verblijft waar men nu eenmaal andere omgangsvormen kent. Dat is niet afwijkend, jij gedraagt je afwijkend.