Shoestring touroperator Anna geeft je een kijkje in de Peruaanse keuken

Een kijkje in de Peruaanse keuken

Voordat ik naar Peru ging, had ik niet echt een idee van het eten daar. Ik kende de Pisco Sour - het nationale drankje, een mix van de drank Pisco met eiwit, citroensap en siroop – en ik heb verschillende verhalen gehoord over het eten van cavia’s. Maar verder? Geen idee!

Na twee weken in Peru heb ik wel een idee gekregen van de Peruaanse keuken. Het blijkt een mix te zijn van Spaanse, Aziatische en Afrikaanse gerechten. Er worden verschillende kruiden gebruikt en traditionele Indiaanse gerechten worden nu gekruid met bijvoorbeeld Aziatische kruiden. En.. denk je dat de aardappel typisch Nederlands is? Nee! Er worden wel meer dan 3000 verschillende soorten aardappelen verbouwd in Peru!! En ken je het ‘superfood’ quinoa? Deze graansoort wordt al sinds jaar en dag gegeten in Peru.

Ga je binnenkort naar Peru, probeer dan zeker één van de volgende gerechten of drankjes!

Ceviche is een visgerecht wat in de kustplaatsen in Peru geserveerd wordt. Vooral in Lima kom je veel restaurants tegen waar ze de rauwe vis serveren. De vis is gemarineerd met limoensap, peper, knoflook en ui en heeft een hele specifieke smaak.

Vis wordt sowieso veel gegeten aan de kust. Veel gerechten bevatten garnalen of gefrituurde vis.

Causa Rellena is een typisch Peruaans koud aardappelgerecht. Het verhaal gaat dat tijdens de oorlog tussen Peru en Chili het voedsel schaars was, maar dat aardappels altijd beschikbaar waren. De vrouwen maakten mooie taartjes van aardappelpuree voor de mannen. Voor ‘een goede zaak’ (causa).

Er zijn verschillende varianten, maar het traditionele gerecht bestaat uit aardappelpuree gemengd met limoensap en laagjes avocado en kip of vis. In ieder restaurant in Peru wordt dit gerecht weer anders opgediend. Zeker is dat je altijd een mooi en lekker taartje op je bord krijgt!
Zou jij het aandurven een hapje van een ‘cuy’ (cavia) te nemen? Of vind je de harige beestjes te schattig? Oorspronkelijk werden cavia’s in Colombia, Ecuador, Bolivia en Peru gefokt voor het vlees. Pas toen de Spanjaarden de cavia’s naar Europa verscheepten, werden het huisdieren.

Peruanen eten eigenlijk alleen cavia bij bijzondere gelegenheden, maar omdat steeds meer toeristen het een keer willen proberen, zie je het in veel restaurants op de kaart staan. De ‘toeristen’- cavia wordt gefrituurd en in zijn geheel opgediend op een bord. Je krijgt er wat frietjes bij.

Waar het naar smaakt? Doordat het gefrituurd is, smaakt het een beetje naar vettige kip. Voor veel mensen is één hapje genoeg, gewoon om te proberen!
Naast de 3000 verschillende soorten aardappelen, groeien er ook zo’n 50 verschillende maissoorten in Peru. In restaurants wordt als snackje voor het eten vaak een schaaltje cancha (geroosterde mais) neergezet. De mais die hiervoor gebruikt wordt popt niet, zoals onze popcorn.

De korrels worden gebakken in boter en zijn lekker knapperig. Met een laagje zout erover heen is het een lekkere snack die voor je maaltijd wordt geserveerd!
Met al die soorten mais die in Peru groeien, kan je ook lekkere drankjes maken! Maíz Morado is paarse mais en als je dit mengt met ananas, kruidnagel en kaneel krijg je het drankje Chicha Morada. In de meeste restaurants wordt dit drankje geserveerd in een heel groot glas met wat fruit erin. Het is lekker verfrissend en zoet en smaakt een beetje naar glühwein, maar dan zonder de alcohol.

Het drankje wordt ook wel vampierendrankje genoemd omdat de kleur bloedrood is. 
In Peru ga je zeker de hoogte in. Reis je van Arequipa, via de Colca Canyon, naar Puno, dan ga je van 2335 meter via een pas van 4900 meter naar 3827 meter. De hoogte kan er flink inhakken en daarom zal je gids onder andere cocabladeren aanraden. Deze cocabladeren zijn overal te koop en als je wil kan je, als een echte local, kauwen op de bladeren. De smaak is wat bitter en je zal merken dat je mond verdoofd wordt. Cocabladeren werken stimulerend, houden je alert en zouden goed zijn voor je darmen. Het is een middel om hoogteziekte tegen te gaan.

Niet iedereen vindt het kauwen op de bladeren lekker. Wil je namelijk dat het effect heeft, dan moet je een flinke buil in je mondhoek proppen en zeker 20 tot 30 minuten kauwen. Gelukkig verkopen ze onderweg ook overal cocathee. De cocabladeren kunnen gemengd worden met andere kruiden en bladeren en dan heb je een lekkere warme drank. Drink deze thee niet meer na 4 uur, want er zit behoorlijk wat cafeïne in!