Reiszoeker

Reizen naar Sri Lanka

Bevolking Sri Lanka

Op het eiland leven ruim 21 miljoen mensen. Dat zijn gemiddeld 323 inwoners per km². Die bevolking is echter ongelijk verdeeld en inwonertal van de westelijke kuststreek ten noorden en zuiden van Colombo ligt vele malen hoger dan in het noorden en oosten van het eiland. Met uitzondering van Colombo, dat een bevolking heeft van 752 duizend mensen, zijn de steden van Sri Lanka verhoudingsgewijs klein. Jaffna en Kandy, de tweede en derde stad van het land, zijn tien keer kleiner.

Landbouw en visserij vormen al meer dan tweeduizend jaar de ruggengraat van de economie van het eiland. Rijst en kokos zijn de voornaamste bestanddelen van het dagelijkse voedsel van de overwegend op het platteland levende bevolking. Dit voedsel wordt grotendeels in kleine hoeveelheden voor eigen gebruik verbouwd, samen met wat vruchten, groentes, specerijen en bloemen.

Ook de visvangst is grotendeels traditioneel. Familieleden gaan in kleine kano's of catamarans de zee op of vangen met hengels een dagelijks maaltje aan de kust of in de vele binnenwateren van het eiland. Op sommige plaatsen kun je zelfs zien hoe in kleine stroompjes vissen met de hand worden gevangen en gespietst op een stok. Bekend zijn ook de paalvissers aan de zuidwestkust. Meer dan de helft van de bevolking voorziet zichzelf op deze wijze van een groot deel van hun dagelijks voedsel.

Vaak behoren een koe of een geit en wat kippen tot de kleine veestapel die wat dierlijk eiwit toevoegen aan het dieet van rijst met vegetarische curries. Af en toe een ei en vooral curd, een vette buffelyoghurt, behoren tot de kleine luxes die de meeste gezinnen zich een paar maal per week kunnen veroorloven.

Naast traditionele vormen van landbouw en visserij kent het eiland land- en bosbouwbedrijven die op commerciële basis producten verbouwen zoals thee, rubber, specerijen, rijst en kokos. Thee is verreweg het belangrijkste exportproduct van Sri Lanka. Er werken driekwart miljoen mensen op de plantages en in de theeverwerkende industrie.

Het doorsneegezin beschikt over weinig geld. Kleding, schoolspullen, keukengerei en af en toe een buskaartje kunnen vaak met moeite worden aangeschaft door op de markt producten te verkopen of door het karige loon dat enkele familieleden ontvangen voor hun baantje in bijvoorbeeld een hotel, op een plantage of in een textielfabriek.

Sri Lanka staat ook bekend om zijn trommels, fakkels, fluiten en wild dansende mensen, vooral mannen. Tijdens religieuze feesten, bij het genezen van zwaar zieken, op nieuwjaar, bij mensen thuis: overal gebeurt dit. De Sri Lankanen, en dan vooral de Singhalezen, laten een heel andere kant van zichzelf zien in de vele mogelijkheden tot dans en zang. De twee belangrijkste dansvormen van de Singhalezen zijn die van het laagland en die van het hoogland. De eerste dansvorm is terug te voeren op exorcistische rituelen die ook vandaag nog voorkomen in de meest afgelegen dorpen. Daarbij verzamelen de dorpelingen zich rond een altaar waarop offeranden zijn gelegd. Een aanzwellend en versneld getrommel op de yak beraye, de duivelstrom, verzorgt de inleiding op de dans van de mannen met hun veelkleurige maskers, die de demonen voorstellen. Zij worden één voor éé aangeroepen te verschijnen, en vervolgens smeekt en dreigt een priester de demon op te houden met het aanrichten van ellende. Wanneer er een zieke is, kruipt de demon in de zieke en laat hij zo van zich spreken. Een offerande aan de demon zorgt er dan meestal voor dat hij verdwijnt.

De hooglanddansen zijn ontleend aan de dansen van het hof van de koningen van Lanka, die voor het laatst in Kandy resideerden. Ook hier zien we wilde, mannelijke bewegingen op het ritme van speciale trommels, vooral de geta beraye, die aan een koord om de hals dwars voor de buik van de trommelaar hangt. De trommel wordt aan twee kanten bespeeld. Bijzonder zijn ook de kostuums van de dansers en danseressen. Kronen, metalen banden en met stenen versierde borstplaten, maken van de dansers vorstelijke verschijningen.