Reiszoeker

Reizen naar Cambodja

Cultuur Cambodja

De cultuurverschillen tussen Europeanen en de Aziaten uit de Mekong-regio zijn zo groot dat je er een heel boek aan zou kunnen wijden. Hieronder zijn er een paar punten uitgepikt, die van direct en dagelijks belang zijn bij je omgang met de bewoners.

Hoofd en voeten: Iemands hoofd aanraken is hoogst onbetamelijk in Cambodja. Zelfs kinderen even een vriendelijk aaitje over de bol geven. Het hoofd geldt als de woonplaats van de ziel en is dus het 'hoogste' lichaamsdeel, dat dan ook het meest geëerbiedigd moet worden. Lang geleden moesten zelfs beulen zich bij hun slachtoffers verontschuldigen voor het 'aanraken' van hun hoofden. Uiteraard geldt dit taboe niet voor kappers, masseurs en oorartsen.  Wijs nooit met een vinger naar een persoon. Dat is een teken van gebrek aan eerbied voor de betrokken persoon en degradeert hem/haar tot een 'minderwaardig' mens. In het verleden wezen alleen heersers op die manier hun slaven aan, en dan was er meestal niet veel goeds te verwachten. In plaats van met de vinger te wijzen kun je beter iemand aanduiden met een kort hoofdknikje, dat getuigt van fijngevoeligheid en fatsoen. De voet gebruiken om iemand aan te wijzen is nog minderwaardiger dan het al zo beledigende wijzen met de vinger. De voeten zijn de tegenpool van het hoofd en worden voor onrein gehouden, omdat ze het gemakkelijkst met vuiligheid in aanraking komen.

Omgang met monniken: Een monnik mag niet worden aangeraakt, vooral niet door vrouwen. Als een vrouw toch een monnik aanraakt, moet deze laatste zich onderwerpen aan gecompliceerde reinigingsceremoniën (abatt). Wil je als vrouw iets overhandigen aan een monnik, doe dat dan via een man of door het neer te leggen. Ga als vrouw in het openbaar vervoer ook niet pal naast een monnik zitten, maar zorg dat er een man tussen zit. Het geldt als bijzonder onhoffelijk om monniken in de weg te lopen of voor zittende monniken te blijven staan. Niemand mag, uit respect, boven een monnik uitsteken en daarom moet je ook gaan zitten of minstens doen alsof je je klein maakt. Monniken mogen trouwens geen geld aannemen, wel voedsel of iets te drinken. Vanzelfsprekend zijn niet alle monniken recht in de leer.

Kleding: Cambodjaanse vrouwen wikkelen een katoenen, zijden of kunststof doek tot een enkellange, strakke rok om hun heupen. Een dergelijke sampot is meestal donker met een onopvallend patroon, maar op feestdagen worden felgekleurde sampot gedragen. De iets kortere sarong van de mannen wordt zowel tijdens feestelijke gelegenheden als bij het werk op het land gedragen. Tijdens het werk trekken de boeren een slip van hun sarong tussen hun benen door, zodat een soort pofbroek ontstaat. Mannen dragen hier een kort, vrouwen een iets langer jasje. Het haar wordt op verschillende manieren gedragen. Een strooien hoed dient als bescherming tegen regen of zon. De krama is een rood- of blauwwit geblokte, smalle katoenen of zijden doek van minstens een meter lang, die wordt gebruikt als hoofdbedekking, sjaal, sjerp of riem, maar ook als draagdoek voor kleine kinderen of boodschappen.

Omgangsvormen: Meningsverschillen tussen mensen worden in Aziatische landen als Cambodja zelden openlijk geuit. Je geduld verliezen, boos worden of een woordenwisseling in het openbaar betekenen namelijk 'gezichtsverlies'. Confrontaties worden het liefst uit de weg gegaan, om anderen niet in verlegenheid te brengen. Kritiek wordt direct als een persoonlijke belediging ervaren. Ook het uiten van positieve emoties als genegenheid, gebeuren subtieler dan wij gewend zijn. Het in het openbaar tonen van affectie (zoals zoenen) tussen verschillende geslachten wordt niet op prijs gesteld. Daarentegen lopen jongens met jongens en meisjes met meisjes vaak hand in hand, zonder enige bijbetekenis. Bij officiële of religieuze bijeenkomsten zitten vrouwen en mannen vaak apart.

Afspraken: Wij komen uit een uiterst jachtige cultuur waar tijd geld is en afspraken punctueel dienen te worden nagekomen, omdat anders het schema van de rest van de dag in duigen valt. Mensen uit de Mekongregio hebben daar niet zo'n last van. Niet dat ze persé te laat komen, het kan ook zijn dat ze toch niets te doen hadden en een uur te vroeg komen. Cambodjanen leven meer in het 'hier en nu', maken zich minder druk over de toekomst en hebben veel meer geduld.

Nieuwsgierigheid: Het stellen van allerlei persoonlijke vragen over leeftijd, salaris, religie en andere privé-aangelegenheden is de gewoonste zaak van de wereld. Zeker in gebieden waar weinig buitenlanders komen, heb je de kans op een oploopje als je verschijnt. De mensen willen van alles van je weten, en zullen misschien zelfs aan je haar voelen om te kijken of het echt is. Anderen zullen naar je toe komen voor een praatje, gewoon even om hun Engels te oefenen.

Onderhandelen: Onderhandelen is een algemeen verschijnsel in Cambodja. Je wordt verwacht te onderhandelen op de markt en in toeristenwinkels, in taxi's zonder meter, tuk-tuks (gemotoriseerde driewielige riksja's), samlors/cyclo's (fietsriksja's). Wie de hele dag een cyclo nodig heeft, kan beter een dagprijs afspreken. In songthaews (kleine pick-ups) en lokale bussen die vaste routes rijden hoef je niet te onderhandelen. Onderhandelen is overigens een sociale bezigheid en niet een zaak van leven of dood! Blijf goedgehumeurd.

Drugs: Laat je niet verleiden om het eens te proberen. Op reis in Cambodja word je wellicht een pijpje opium aangeboden en dat lijkt onschuldig. Toch niet doen! Je bent in overtreding. Er zijn gevallen bekend dat drugs in de tas van toeristen werden gestopt en dat daarna de politie gewaarschuwd werd. Je hebt dan geen goed verhaal. De straffen op het bezit van drugs zijn zeer hoog.

Cambodjaanse geesten: De Cambodjanen vereren van oudsher natuurkrachten, zoals de geesten van de wind, het water, de aarde en de vruchtbaarheid, van wier gedrag de oogst en daarmee het leven van de mens afhangt. Zij offeren vruchten, wierook en dieren aan deze geesten. Vroeger werden ook mensenoffers gebracht. De grootste verering valt toe aan de aardgeesten (neak ta), die heersen over een rijstveld, een dorp, een regio of zelfs over het hele land. De voorouders, met name de opperhoofden, worden na hun dood beschermgeesten (arak) die over de voorspoed van de familie en het land waken. Zij manifesteren zich in grote, onbewerkte stenen of bewerkte cultusstenen, die enigszins op menhirs lijken en als vergoddelijkte voorouders worden vereerd. Het symbool voor water is de slang (naga) in de gestalte van een veelkoppige cobra. De cultus van de natuurgeesten is tot op heden in alle lagen van de bevolking bewaard gebleven en maakt deel uit van de grote boeddhistische jaarfeesten.

Kunst: Beeldhouwkunst, schilderkunst en bouwkunst zijn in Cambodja het sterkst beïnvloed door de religie. De beeldhouwkunst heeft zich vrijwel uitsluitend geconcentreerd op afbeeldingen van de boeddha. Ze werden in de eerste plaats niet gecreëerd als kunstvoorwerpen, maar om de toeschouwer aan het geloof te herinneren. Beeldhouwkunst is verder te zien als tempelversiering in de vorm van demonische of mythologische wezens, menselijk, dierlijk of een fantastische combinatie van beiden. De bouwkunst is prachtig in tempelgebouwen en pagoden. Kenmerken die de tempels gemeenschappelijk hebben zijn de in vele verdiepingen opgebouwde daken met ver uitstekende dakranden en een rijkdom aan decoratieve details, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Pagodes komen het meest voor in de vorm van chedi's, klokvormig met sierlijk toelopende punten, of als Khmer prangs, spitsen in de vorm van een vinger. De Khmercultuur heeft prachtige kunstwerken in Cambodja voortgebracht. Bij de Khmerkunst staat architectuur centraal. Zo zijn de tempels van Angkor uniek. Maar ook de sculpturen die in de tempels gevonden zijn, zijn prachtig. Vooral de beelden in brons en steen zijn het bekijken waard. Veel van de kunst staat in het teken van het geloof. Daarom zul je veel boeddhabeelden aantreffen. Voor een overzicht van Khmerkunst door de eeuwen heen kun je in het Nationaal Museum in Phnom Penh terecht. Ook de traditionele huizen zijn erg apart. Deze woningen bestonden uit teakhouten panelen, steile zadeldaken en sierlijk houtsnijwerk. De Cambodjaanse paalwoningen op het platteland worden pteah genoemd; ze bestaan, al naar de rijkdom van de bezitter, uit wanden van gevlochten matten of van minder kwetsbaar materiaal, zoals hardhouten palen en planken. De daken zijn meestal bedekt met stro of palmbladeren, al worden tegenwoordig ook wel dakpannen of golfplaat gebruikt.

Angkor: Zonder twijfel is Angkor in Cambodja één van 's werelds best bewaarde schatten en hoort het thuis in het rijtje van de piramides van Egypte en de Parthenon van Athene. Angkor is de plaats waar de Khmer koningen woonden van de 9de tot de 12de eeuw. Angkor was in die tijd een ver ontwikkelde beschaving, Dat is te zien aan de tempels, de bouwwerken en aan het ingewikkelde irrigatiesysteem. Tegenwoordig is Angkor Wat een uitgestrekt archeologisch hoogstandje van meer dan 400 km² met meer dan 100 tempels. De gerestaureerde tempels en de tempels die half onder de wortels van de grote bomen verborgen zijn, weerspiegelen in een waterplas. Het lijkt een fata morgana, maar het is werkelijkheid. De tempels herbergen imposante wanddecoraties die interessante verhalen uitbeelden. De sierlijke uitgehouwen apsara's, de dansende vrouwenlichamen, worden door velen bezongen als de hoogste uitingsvorm van vrouwelijkheid die ooit door de mensheid is tot stand gebracht. Net zoals de garuda's, de mensenlichamen met vogelkoppen die de ingangen bewaken, zie je deze danseressen steeds weer terugkomen bij een tocht langs de tempels. Het bijzondere is dat al deze tempels en ruïnes zijn gelegen temidden van de jungle. Ze lijken in een gewelddadig gevecht of gepassioneerde omstrengeling met dit oerwoud te zijn. De wortels omarmen de muren. Je ziet parapluvormige papajabomen, exotische insecten en vlinders.

Algemeen: Besef voortdurend dat je als gast in een land verblijft waar men nu eenmaal andere omgangsvormen kent. Dat is niet afwijkend, jij gedraagt je afwijkend.